Enalapril Sandoz 20mg Tabk 98
Op voorschrift
Geneesmiddel

Enalapril Sandoz 20mg Tabk 98

  € 15,50

information-circle Terugbetaalbaar

Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.

Terugbetalingstarief

€ 3,37 (6% inclusief btw)

Verhoogde tegemoetkoming

€ 2,02 (6% inclusief btw)

Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Niet beschikbaar

Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Symptomatische hypotensie Bij patiënten met ongecompliceerde hypertensie wordt symptomatische hypotensie zelden gezien. Bij hypertensiepatiënten die enalaprilmaleaat krijgen zal symptomatische hypotensie eerder optreden als er bij de patiënt sprake is van volumedepletie, bijvoorbeeld bij behandeling met diuretica, zoutarm dieet, dialyse, diarree of braken (zie rubriek 4.5 en rubriek 4.8). Bij patiënten met hartfalen al of niet met nierinsufficiëntie is symptomatische hypotensie waargenomen. In het bijzonder kan dit optreden bij patiënten met ernstigere vormen van hartfalen zoals kan blijken uit het gebruik van hoge doses lisdiuretica, hyponatriëmie of gestoorde nierfunctie. Bij deze patiënten moet de behandeling onder medisch toezicht worden ingesteld en de patiënten moeten bij aanpassing van de dosis enalaprilmaleaat en/of het diureticum nauwlettend worden gevolgd. Soortgelijke overwegingen kunnen gelden voor patiënten met een ischemische hartziekte of cerebrovasculaire aandoening bij wie een excessieve bloeddrukdaling een myocardinfarct of cerebrovasculair accident tot gevolg zou kunnen hebben. Indien hypotensie optreedt, dient men de patiënt neer te leggen; en, indien nodig wordt een normale natriumchlorideoplossing per intraveneus infuus toegediend. Een voorbijgaande hypotensieve reactie is geen contra-indicatie voor verdere doses, die over het algemeen zonder problemen kunnen worden toegediend zodra de bloeddruk na volume-expansie is toegenomen. Bij sommige patiënten met hartfalen die een normale of lage bloeddruk hebben, kan met enalaprilmaleaat een additionele verlaging van de systemische bloeddruk optreden. Dit effect is te verwachten en vormt in de regel geen reden de behandeling te staken. Als de hypotensie symptomatisch wordt, kan een verlaging van de dosering en/of staken van de toediening van het diureticum en/of enalaprilmaleaat noodzakelijk zijn. Aorta of mitralisstenose/Hypertrofische cardiomyopathie Zoals met alle vasodilatoren dienen ACE-remmers met voorzichtigheid te worden gegeven aan patiënten met stroombelemmering bij de linkerventrikelkleppen of aorta en toediening moet worden vermeden bij cardiogene shock en hemodynamisch belangrijke obstructie. Gestoorde nierfunctie In geval van een nierfunctiestoornis (creatinineklaring <80 ml/min) moet de aanvangsdosering enalaprilmaleaat worden aangepast op basis van de creatinineklaring van de patiënt (zie rubriek 4.2) en dan op geleide van de reactie van de patiënt op de behandeling. Routinematige controle van het kalium en creatinine behoren tot de standaard medische praktijk voor deze patiënten. In samenhang met enalaprilmaleaat is nierfalen gemeld, wat vooral is opgetreden bij patiënten met ernstig hartfalen of onderliggend nierlijden, waaronder nierarteriestenose. Indien direct onderkend en passend behandeld, is nierfalen in samenhang met behandeling met enalaprilmaleaat meestal reversibel. Bij sommige hypertensiepatiënten zonder zichtbaar eerder bestaand nierlijden is bij gelijktijdige toediening van enalaprilmaleaat en een diureticum verhoging van het bloedureum en het creatinine opgetreden. Mogelijk moet de dosering van enalaprilmaleaat worden verlaagd en/of moet het diureticum worden stopgezet. Bij deze situatie dient men alert te zijn op de mogelijkheid van onderliggende nierarteriestenose (zie rubriek 4.4, Renovasculaire hypertensie). Renovasculaire hypertensie Als patiënten met een bilaterale nierarteriestenose of stenose van de arterie naar een enig overgebleven functionerende nier met een ACE-remmer worden behandeld, is er een verhoogde kans op hypotensie en nierinsuffiëntie. De nierfunctie kan verminderen bij slechts geringe veranderingen van het serumcreatinine. Bij deze patiënten moet de behandeling onder zorgvuldige medische supervisie worden ingesteld met lage doses, voorzichtige titratie en controle van de nierfunctie. Niertransplantatie Er is geen ervaring met de toediening van enalaprilmaleaat aan patiënten bij wie onlangs een nier-transplantatie is verricht. Behandeling met enalaprilmaleaat wordt daarom niet aanbevolen. Leverfalen In zeldzame gevallen is gebruik van ACE-remmers gepaard gegaan met een syndroom dat begint met cholestatische geelzucht of hepatitis en dat voortschrijdt naar fulminante levernecrose en (soms) dood. Het mechanisme van dit syndroom is onopgehelderd. Patiënten die ACE-remmers krijgen en bij wie geelzucht of een sterke verhoging van de leverenzymen optreedt, moeten het gebruik van de ACE-remmer staken en onder passende medische supervisie worden geplaatst. Neutropenie/agranulocytose Bij patiënten die ACE-remmers krijgen zijn neutropenie/agranulocytose, trombocytopenie en anemie gemeld. Bij patiënten met een normale nierfunctie en geen andere complicerende factoren treedt neutropenie zelden op. Bij patiënten met collageen vaatlijden, patiënten die worden behandeld met immunosuppressiva, allopurinol of procaïnamide, of een combinatie van deze complicerende factoren, moet enalaprilmaleaat met uiterste voorzichtigheid worden toegepast, vooral als er sprake is van een eerder bestaande nierfunctiestoornis. Bij sommige van deze patiënten traden ernstige infecties op die in enkele gevallen niet op intensieve behandeling met antibiotica reageerden. Als enalaprilmaleaat bij dergelijke patiënten wordt gebruikt, wordt periodieke controle van het aantal witte bloedcellen geadviseerd en dienen de patiënten geïnstrueerd te worden elk teken van infectie te melden. Overgevoeligheid/angio-oedeem Angioneurotisch oedeem van het gelaat, de extremiteiten, de lippen, de tong, de glottis en/of de larynx is gemeld bij patiënten die werden behandeld met een angiotensineconversie-enzymenremmer, waaronder enalaprilmaleaat. Dit kan op elk moment tijdens de behandeling optreden. In dergelijke gevallen dient de toediening van enalaprilmaleaat onmiddellijk te worden gestaakt en dient de patiënt goed onder controle te worden gehouden om te zorgen dat de symptomen geheel zijn verdwenen voordat de patiënt wordt ontslagen. Zelfs als alleen de tong gezwollen is en als er geen respiratoire distress is, moeten de patiënten misschien lang worden geobserveerd omdat een behandeling met antihistaminica en corticosteroïden mogelijk niet volstaat. Zeer zelden werden fatale gevallen gemeld door angio-oedeem met oedeem van de larynx en de tong. Patiënten bij wie de tong, de glottis of de larynx zijn aangetast, zullen waarschijnlijk een luchtwegobstructie ontwikkelen, vooral patiënten met een voorgeschiedenis van chirurgie van de luchtwegen. Als de tong, de glottis of de larynx zijn aangetast waarbij er waarschijnlijk luchtwegobstructie zal optreden, moet meteen een geschikte behandeling worden toegediend. Die kan bestaan in subcutane toediening van een adrenalineoplossing 1/1.000 (0,3 ml tot 0,5 ml) en/of maatregelen om de luchtwegen open te houden. Gelijktijdig gebruik van ACE-remmers en sacubitril/valsartan is gecontra-indiceerd vanwege een verhoogd risico op angio-oedeem. Behandeling met sacubitril/valsartan mag niet eerder dan 36 uur na de laatste dosis Enalapril Sandoz worden gestart. Behandeling met Enalapril Sandoz mag niet eerder dan 36 uur na de laatste dosis sacubitril/valsartan worden gestart (zie rubrieken 4.3 en 4.5). Gelijktijdig gebruik van ACE-remmers met racecadotril, mTOR-remmers (bijv. sirolimus, everolimus, temsirolimus) en vildagliptine kan een verhoogd risico geven op angio-oedeem (bijv. zwelling van de luchtwegen of de tong, met of zonder ademhalingsproblemen) (zie rubriek 4.5). Voorzichtigheid is geboden bij het starten van een behandeling met racecadotril, mTOR-remmers (bijv. sirolimus, everolimus, temsirolimus) en vildagliptine bij een patiënt die een ACE-remmer gebruikt. De incidentie van angio-oedeem is hoger bij zwarte patiënten die ACE-remmers krijgen, dan bij blanke. Zwarten lopen over het algemeen een hoger risico op angio-oedeem. Patiënten met een voorgeschiedenis van angioneurotisch oedeem zonder een verband met behandeling met een ACE-remmer hebben mogelijk een grotere kans op angioneurotisch oedeem als zij een ACE-remmer krijgen (zie ook rubriek 4.3). Anafylactoïde reacties tijdens hymenoptera desensibilisatie Het komt zelden voor dat patiënten die gedesensibiliseerd worden tegen hymenoptera gif terwijl ze een ACE-remmer gebruiken een levensbedreigende anafylactoïde reactie ontwikkelen. Deze reacties kunnen worden vermeden door het gebruik van de ACE-remmer kort voor iedere desensibilisatie tijdelijk te stoppen. Anafylactoïde reacties tijdens LDL-aferese Het komt zelden voor dat patiënten die LDL (low density lipoprotein)-aferese met dextraansulfaat ondergaan terwijl ze een ACE-remmer gebruiken een levensbedreigende anafylactoïde reactie ontwikkelen. Deze reacties kunnen worden vermeden door het gebruik van de ACE-remmer kort voor elke aferese tijdelijk te stoppen. Hemodialysepatiënten Het gebruik van enalapril is niet geïndiceerd bij patiënten die dialyse nodig hebben wegens nierfalen. Anafylactoïde reacties zijn ook beschreven bij patiënten die werden gedialyseerd met 'high flux'-membranen (bijvoorbeeld AN 69®) en tegelijk met een ACE-remmer werden behandeld. Bij deze patiënten moet het gebruik van een ander soort dialysemembraan of een andere klasse antihypertensivum worden overwogen. Hypoglykemie Diabetespatiënten die worden behandeld met orale antidiabetica of insuline en bij wie een ACE-remmer wordt gestart, moeten zichzelf goed controleren op hypoglykemie, vooral tijdens de eerste maand van gecombineerd gebruik (zie rubriek 4.5). Hoest Hoest is in samenhang met het gebruik van ACE-remmers gemeld. Kenmerkend is dat de hoest niet-productief is, persisteert en na staken van de behandeling verdwijnt. Door een ACE-remmer veroorzaakte hoest dient bij de differentiële diagnose van hoesten te worden meegenomen. Operatie/narcose Bij patiënten die een grote operatie ondergaan, of tijdens een narcose met middelen die hypotensie veroorzaken, blokkeert enalapril de vorming van angiotensine II na een compensatoire reninesecretie. Als zich hypotensie voordoet en deze aan dit mechanisme wordt toegeschreven, kan ze worden gecorrigeerd door volumevergroting. Hyperkaliëmie Bij patiënten die met ACE-remmers zijn behandeld, waaronder enalapril, zijn verhogingen van het serumkalium waargenomen. ACE-remmers kunnen hyperkaliëmie veroorzaken door onderdrukking van de vrijgifte van aldosteron. Bij patiënten met een normale nierfunctie is het effect doorgaans niet significant. Hyperkaliëmie kan echter voorkomen bij patiënten met een verminderde nierfunctie, achteruitgang van de nierfunctie, met een leeftijd van meer dan 70 jaar, met diabetes mellitus, intercurrerende problemen, vooral uitdroging, acute hartdecompensatie, metabole acidose en bij patiënten die kaliumsupplementen (waaronder zoutvervangers), kaliumsparende diuretica (bijv. spironolacton, eplerenon, triamtereen en amiloride), of bij patiënten die andere geneesmiddelen die het serumkalium verhogen (bijv. heparine, trimethoprim, cotrimoxazol, ook bekend als trimethoprim/sulfamethoxazol en in het bijzonder, aldosteronantagonisten of angiotensinereceptorblokkers). Het gebruik van kaliumsupplementen, kaliumsparende diuretica of kaliumhoudende vervangingszouten, vooral bij patiënten met een verminderde nierfunctie, kan leiden tot een significante stijging van het serumkalium. Hyperkaliëmie kan ernstige, soms fatale ritmestoornissen veroorzaken. Als gelijktijdig gebruik van enalapril en een van de bovengenoemde middelen noodzakelijk wordt geacht, moeten deze voorzichtig worden gebruikt met frequente controle van het serumkalium. Kaliumsparende diuretica en angiotensinereceptorblokkers dienen met voorzichtigheid toegepast te worden bij patiënten die ACE-remmers gebruiken, waarbij de serumkaliumspiegels en de nierfunctie gemonitord moeten worden (zie rubriek 4.5). Litium De combinatie van lithium en enalapril wordt over het algemeen niet aanbevolen (zie rubriek 4.5). Dubbele blokkade van het renine-angiotensine-aldosteronsysteem (RAAS) Er zijn aanwijzingen dat het gelijktijdig gebruik van ACE-remmers, angiotensine-II-receptorblokkers of aliskiren het risico verhogen op hypotensie, hyperkaliëmie en een verminderde nierfunctie (waaronder ook acuut nierfalen). Dubbele blokkade van het RAAS door middel van gelijktijdig gebruik van ACE-remmers, angiotensine-II-receptorblokkers of aliskiren wordt daarom niet aanbevolen (zie rubrieken 4.5 en 5.1). Als een dubbele blokkade absoluut noodzakelijk is, dient dit enkel te gebeuren onder specialistisch toezicht en dienen de nierfunctie, de elektrolyten niveaus en de bloeddruk nauwgezet en frequent in de gaten gehouden te worden. ACE-remmers en angiotensine-II-receptorblokkers mogen niet gelijktijdig gebruikt worden bij patiënten met diabetische nefropathie. Lactose Patiënten met zeldzame hereditaire problemen van galactose-intolerantie, volledige lactasedeficiëntie of glucose-galactosemalabsorptie mogen dit geneesmiddel niet innemen. Natrium Dit geneesmiddel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per tablet, dat wil zeggen dat het in wezen 'natriumvrij' is. Pediatrische patiënten Er is beperkte ervaring met de werkzaamheid en veiligheid bij hypertensieve kinderen > 6 jaar oud, maar geen ervaring bij andere indicaties. Er zijn beperkte farmacokinetische gegevens beschikbaar voor kinderen ouder dan 2 maanden (zie rubrieken 4.2 ,5.1 en 5.2). Bij kinderen met andere indicaties dan hypertensie wordt enalaprilmaleaat niet aanbevolen. Enalaprilmaleaat wordt niet aanbevolen bij neonaten en bij kinderen met een glomerulaire filtratiesnelheid < 30 ml/min/1,73 m2, omdat er geen gegevens beschikbaar zijn (zie rubriek 4.2). Zwangerschap ACE-remmers mogen niet worden gestart tijdens de zwangerschap. Tenzij voortzetting van een ACE-remmer essentieel wordt geacht, moeten patiënten die een zwangerschap plannen, worden overgeschakeld op alternatieve bloeddrukverlagende behandelingen waarvan het veiligheidsprofiel bij gebruik tijdens de zwangerschap bewezen is. Als een zwangerschap wordt gediagnosticeerd, moet de behandeling met ACE-remmers onmiddellijk worden stopgezet en moet indien nodig een alternatieve behandeling worden gestart (zie rubrieken 4.3 en 4.6). Etnische verschillen Zoals andere remmers van het angiotensineconverterende enzym lijkt enalapril de bloeddruk minder goed te verlagen bij zwarte mensen dan bij niet-zwarten, mogelijk gezien een hogere prevalentie van lage reninetoestand bij de zwarte populatie met hypertensie.

- Hypertensie - Symptomatisch hartfalen - Behandeling - Preventie bij patienten met asymptomatische linkerventrikeldisfunctie (ejectiefractie <= 35 %)

Welke stoffen zitten er in dit middel?
De werkzame stof in dit middel is enalaprilmaleaat. Elke tablet bevat 5 of 20 mg enalaprilmaleaat.
De andere stoffen in dit middel zijn:
Voor 5 mg: hydroxypropylcellulose, lactose monohydraat, magnesiumstearaat, maïszetmeel, natriumwaterstofcarbonaat en talk.
Voor 20 mg: lactose monohydraat, magnesiumstearaat, maïszetmeel, natriumwaterstofcarbonaat, rood ijzeroxide (E 172), geel ijzeroxide (E 172) en talk.

Enalapril Sandoz kan het kaliumgehalte in uw bloed verhogen, wat kan leiden tot een hoog kaliumgehalte. Dit veroorzaakt weinig tekenen en wordt gewoonlijk vastgesteld bij een bloedonderzoek.

 waterafdrijvende middelen (diuretica) zoals thiazides, furosemide en bumetanide  geneesmiddelen die meestal worden gebruikt om afstoting van getransplanteerde organen te voorkomen (sirolimus, everolimus en andere geneesmiddelen die behoren tot de klasse van mTOR-remmers). Zie de rubriek "Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?"  andere geneesmiddelen die de bloeddruk verlagen, zoals nitroglycerine, nitraten en vasodilatatoren  lithium, gebruikt voor de behandeling van sommige psychiatrische aandoeningen. Enalapril Sandoz mag niet samen met dit geneesmiddel worden ingenomen  tricyclische antidepressiva zoals amitriptyline, gebruikt voor depressie, antipsychotica zoals fenothiazines, die worden gebruikt bij ernstige angst  pijnstillers zoals morfine of anesthetica, omdat uw bloeddruk te laag zou kunnen worden  geneesmiddelen die worden gebruikt voor stijfheid en ontsteking bij pijnlijke aandoeningen, vooral aandoeningen die uw spieren, beenderen en gewrichten aantasten: - met inbegrip van goudtherapie. Goudtherapie kan leiden tot blozen van uw gezicht, misselijkheid, braken en lage bloeddruk bij gelijktijdige inname met Enalapril Sandoz - niet-steroïdale ontstekingsremmende middelen (NSAID's), bijvoorbeeld diflunisal of diclofenac, met inbegrip van COX-2-remmers. Ze kunnen tot gevolg hebben dat uw

bloeddruk minder goed onder controle komt en kunnen het kaliumgehalte in uw bloed verhogen  acetylsalicylzuur (wordt gebruikt voor pijnverlichting)  geneesmiddelen zoals efedrine, gebruikt in sommige hoestmiddelen en remedies tegen verkoudheid, of noradrenaline en adrenaline die worden gebruikt bij een lage bloeddruk, shock, hartfalen, astma of allergie. Bij gebruik met Enalapril Sandoz kunnen die geneesmiddelen uw

Mogelijke bijwerkingen

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben. Niet iedereen krijgt daarmee te maken.

De volgende bijwerkingen kunnen optreden met dit geneesmiddel:

Het is van vitaal belang om de inname van dit geneesmiddel stop te zetten en onmiddellijk medisch advies te vragen als u de volgende symptomen begint te krijgen:

 allergische reactie: u kan jeuk, kortademigheid of een piepende ademhaling krijgen of een zwelling van uw handen, mond, keel, gezicht of ogen ontwikkelen.

Zet de inname van Enalapril Sandoz onmiddellijk stop en ga naar uw arts als u een van de volgende bijwerkingen vertoont:

 ernstige duizeligheid, ijlhoofdigheid, vooral bij de start van de behandeling of als uw dosering wordt verhoogd of als u overeind komt, sterke roodheid van uw huid, blaren, afschilfering van de huid in vellen.

Andere bijwerkingen

Zeer vaak (kunnen optreden bij meer dan 1 op de 10 mensen)  wazig zicht, hoest, misselijkheid, zwakte

Vaak (kunnen optreden bij tot 1 op de 10 mensen)  hoofdpijn, depressie, lage bloeddruk, flauwvallen  pijn in de borstkas, veranderingen van het hartritme, angina, snelle hartslag, kortademigheid  diarree, pijn rond uw maagstreek (buik), smaakveranderingen, zich moe voelen  huiduitslag, allergische reacties met zwelling van armen en benen, van het gezicht, de lippen, de tong of de keel met moeite met slikken of ademhalen  stijging van het kaliumgehalte in het bloed, stijging van het serumcreatinine (beide worden gewoonlijk gedetecteerd met een bloedonderzoek)

Soms (kunnen optreden bij tot 1 op de 100 mensen)  bloedarmoede, angst, een gevoel van sterker bewustzijn of een beverig gevoel (veroorzaakt door een laag bloedsuikergehalte), verwardheid, zich slaperig voelen, slaapmoeilijkheden, zich zenuwachtig voelen, tintelingen of verdoofd gevoel, draaierig gevoel (vertigo)

 lage bloeddruk (dat kan duizeligheid veroorzaken als u opstaat), ongelijkmatige hartslag, hartaanval of beroerte (bij hoogrisicopatiënten)  lopende neus, keelpijn en heesheid, ademhalingsmoeilijkheden of astma  een verstopping van uw darmen (ileus), pancreatitis, braken, indigestie, verstopping, niet goed kunnen eten (anorexie), maagirritatie, droge mond  brandend gevoel, pijn met een leeg gevoel en honger, vooral als de maag leeg is (veroorzaakt door een peptische zweer), te veel zweten, jeuk, netelroos (urticaria), haaruitval, eiwit in de urine (gewoonlijk vastgesteld met een test)  impotentie, spierkrampen, blozen, oorsuizen, slaapzucht, hoge temperatuur  verstoring van de nierfunctie  nierfalen  stijging van het ureumgehalte in het bloed en daling van het natriumgehalte in het bloed (gewoonlijk vastgesteld met een test)

Zelden (kunnen optreden bij tot 1 op de 1.000 mensen)

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?

  • Als u allergisch bent voor: enalaprilmaleaat of één van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in
    rubriek inhoud van de verpakking en overige informatie. andere ACE-remmers.
    Mogelijke tekens van een allergische reactie zijn jeuk, netelroos, piepende ademhaling of zwelling van uw handen, keel, mond of oogleden.
  • Als u sacubitril/valsartan, een geneesmiddel dat wordt gebruikt voor de behandeling van een type langdurig (chronisch) hartfalen bij volwassenen, gebruikt of heeft gebruikt, omdat het risico op angio-oedeem (een snelle onderhuidse zwelling, op een plek zoals de keel) dan verhoogd is.
  • U bent langer dan 3 maanden zwanger. (Het is ook beter Enalapril Sandoz te vermijden in het begin van de zwangerschap - zie rubriek zwangerschap).
  • als u diabetes heeft of een verminderde nierfunctie en u een geneesmiddel gebruikt dat aliskiren bevat om uw bloeddruk te verlagen.

Neem Enalapril Sandoz niet in als één van de bovenvermelde punten op u van toepassing is. Als u twijfelt, moet u contact opnemen met uw arts of apotheker voordat u Enalapril Sandoz inneemt.

Zwangerschap: ACE-remmers mogen niet worden gestart tijdens de zwangerschap. Tenzij voortzetting van een ACE-remmer essentieel wordt geacht, moeten patiënten die een zwangerschap plannen, worden overgeschakeld op alternatieve bloeddrukverlagende behandelingen waarvan het veiligheidsprofiel bij gebruik tijdens de zwangerschap bewezen is. Als een zwangerschap wordt gediagnosticeerd, moet de behandeling met ACE-remmers onmiddellijk worden stopgezet en moet indien nodig een alternatieve behandeling worden gestart. Blootstelling aan ACE-remmers tijdens het tweede en het derde trimester veroorzaakt humane foetotoxiciteit (verminderde nierfunctie, oligohydramnion, tragere verbening van de schedel) en neonatale toxiciteit (nierinsufficiëntie, hypotensie, hyperkaliëmie) (zie rubriek 5.3). Oligohydramnion bij de moeder, waarschijnlijk een teken van een verminderde nierfunctie bij de foetus, is voorgekomen en kan leiden tot contracturen in de ledematen, craniofaciale misvormingen en hypoplastische longontwikkeling. In geval van blootstelling aan ACE-remmers vanaf het tweede trimester van de zwangerschap wordt een echografische controle van de nierfunctie en de schedel aanbevolen. Zuigelingen van wie de moeders ACE-remmers hebben ingenomen, moeten van dichtbij worden gevolgd op hypotensie (zie rubrieken 4.3 en 4.4). Borstvoeding Beperkte farmacokinetische data tonen zeer lage concentraties aan in moedermelk (zie rubriek 5.2). Alhoewel deze concentraties klinische irrelevant lijken te zijn, wordt het gebruik van Enalapril Sandoz tijdens borstvoeding niet aanbevolen bij prematuren en gedurende de eerste weken na de bevalling, omwille van het hypothetische risico op cardiovasculaire en renale effecten en omwille van het gebrek aan voldoende klinische ervaring. In geval van een oudere baby, kan het gebruik van Enalapril Sandoz overwogen worden bij een zogende moeder als dit noodzakelijk is voor de moeder en het kind geobserveerd wordt voor enige nevenwerking.

Hypertensie

  • Startdosis: 5 - max. 20 mg, 1 x /dag
  • Onderhoudsdosis: 20 - max. 40 mg /dag
  • Startdosis: 5 mg, 1 x /dag
  • Max. dosis: 40 mg/dag
  • Startdosis: 2,5 mg, 1 x /dag
  • Max. dosis: 20 mg/dag

Hartfalen

  • Startdosis: 2,5 mg, onder medisch toezicht
  • Onderhoudsdosis: 20 mg, in 1 of 2 giften
  • Max. dosis: 40 mg /dag, in 2 giften

Toedieningswijze

CNK 1645068
Organisaties Sandoz
Merken Sandoz
Breedte 73 mm
Lengte 103 mm
Diepte 52 mm
Hoeveelheid verpakking 98
Actieve ingrediënten enalapril maleaat
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)